“Je staat zó dichtbij… en juist daarin zit de kunst: warm zijn én professioneel blijven.”
Rick (32) en Wroud (26) werken als begeleider jonge vluchtelingen (AMV) in Helmond. In een kleinschalige woongroep bieden zij jongeren die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen veiligheid, structuur en perspectief. Samen met het team begeleiden ze jongeren stap voor stap richting zelfstandigheid, zodat zij hun eigen toekomst in Nederland kunnen opbouwen.

Waarom kozen jullie voor AMV?
Wroud: “Voor mij is deze doelgroep heel persoonlijk, omdat ik zelf ook een vluchtelingenachtergrond heb. Ik herken veel in wat deze jongeren meemaken: de onzekerheid, het wachten en het zoeken naar houvast. Juist daarom wilde ik mij inzetten voor jongeren die nieuw zijn in Nederland en ondersteuning nodig hebben.”
Wroud werkt nu zo’n acht maanden binnen AMV. Zij vertelt dat ze via een vacature solliciteerde en meteen dacht: dit past bij mij. “Ik voel dat ik hier echt iets kan betekenen, niet alleen vanuit mijn opleiding, maar ook vanuit mijn eigen ervaring.”
Rick: “Ik werkte eerder bij het COA en was op zoek naar een plek waar ik weer dichter bij de jongeren kon staan. Minder ‘op afstand’ en meer écht in contact. Ik wilde weer dagelijks met de doelgroep werken, in plaats van vooral voorlichten en veel onderweg zijn, zoals ik in mijn oude rol deed. Het helpt ook dat mijn werk nu dichtbij is: ik woon in Helmond en kan gewoon op de fiets naar mijn werk.”
Wat Rick vooral aanspreekt? “De diversiteit. In culturele achtergrond, karakters, maar ook in de uitdagingen die jongeren tegenkomen. En doordat je met die diversiteit werkt, leer je ook veel over jezelf. Dat vind ik het mooie en interessante aan dit werk.”
Jullie rol is heel divers. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Wroud: “Je hebt niet één rol. Soms ben je begeleider, maar soms ook een luisterend oor, een soort ‘moeder’, ‘broer’ of iemand die meehelpt als het ingewikkeld wordt, bijvoorbeeld richting instanties. Je moet steeds kijken: wanneer ben ik dichtbij en wanneer moet ik juist grenzen aangeven.”
Juist dat schakelen maakt het werk dynamisch. Wroud vertelt dat zij in het begin veel inzet op warmte en oprechte interesse om de jongens te leren kennen en een band met hen op te bouwen. “Je hebt te maken met verschillende culturen, iedereen is anders en je moet ze echt goed leren kennen. Niet alleen vragen: ‘hoe gaat het?’ en daarna weer door. Maar oprechte interesse tonen: waar kom je vandaan, heb je broers en zussen, wat is je cultuur, wie ben je en wat heb je nodig? Zo bouw je vertrouwen.”
Het beste is om dit op een informele manier te doen. “Gewoon met een kopje thee en wat koekjes op de bank zitten. Daar kom je vaak veelverder mee dan met een formeel gesprek.”
Rick: “Wat mij in het begin verraste, is hóé dichtbij je staat. Je draait diensten, je hebt slaapdiensten, je bent echt onderdeel van het huis. Dat is ook de uitdaging: je wilt niet ‘medebewoner’ worden, maar je wilt wél nabij zijn. Dat vraagt tijd. Net zoals jongeren moeten wennen aan een nieuwe groep, moeten wij als professionals ook onze rol vinden.”
Hoe bewaak je de balans tussen betrokkenheid en afstand?
Wroud: “Dat vind ik soms lastig. Ik ben van nature dichtbij, zeker omdat ik herken wat jongeren nodig hebben. Maar soms moet je ook duidelijk zijn: dit kan niet. Dan moet je grenzen aangeven, ook als je voelt dat je liever meebeweegt.”
Rick: “Voor mij helpt het om het samen te dragen. Je hoeft het niet alleen te doen. Als je twijfelt of iets lastig vindt, bespreek je het met collega’s. En ik ben daar zelf ook duidelijk in: werk is werk en privé is privé. Zo houd ik het gezond.”
Rick merkt ook hoe verwachtingen kunnen verschillen. “Jongeren koppelen soms ‘de regels’ aan wie je bent. Bij mij, overduidelijk Nederlands, denken sommige jongens misschien sneller: jij bent van de regels en afspraken. Bij Wroud kan het juist andersom voelen: ‘jij begrijpt ons’. Dat soort aannames komen voor. En dan is het aan ons om die vooroordelen te ontkrachten en te laten zien: we zijn er allemaal vóór jou en we hebben afspraken om fijn samen te kunnen leven.”
Wat maakt jullie team een fijne plek om in te werken?
Beiden worden enthousiast als het over het team gaat.
Wroud: “We hebben echt een heel fijn team.” Rick: “Ja, echt een mooi team. En het klinkt misschien cliché, maar iedereen heeft z’n eigen talenten. Net zoals de jongeren divers zijn, is ons team dat ook. In cultuur, maar ook in karakter en in wat mensen meebrengen. Je kunt wel zeggen dat alles hier bij elkaar komt.”
Wroud: “We vullen elkaar goed aan, iedereen heeft haar of zijn eigen kracht.”
Rick vult aan: “En dat is precies de kracht: de één is sterker in activiteiten en contact maken, de ander in overzicht, plannen en analyseren. Samen heb je alles nodig.” Die diversiteit zie je terug in de dagelijkse praktijk. Wroud lacht:“Ik ben wel een beetje van de creatieve activiteiten.”
De afgelopen tijd organiseerde zij samen met collega’s onder andere barbecues, tuinieren, bloemen planten, voetbal en basketbal, spelletjes en andere laagdrempelige momenten om elkaar beter te leren kennen.
Waar zijn jullie trots op?
Rick vertelt dat het team de afgelopen periode groeide in structuur en afstemming. “In het begin was iedereen zó betrokken dat er soms drie collega’s tegelijk met hetzelfde bezig waren, omdat jongeren bij meerdere mensen aanklopten. Dat is mooi, maar ook onhandig. Nu werken we meer gestroomlijnd, overleggen we vaker en is er meer duidelijkheid.”
Wroud: “Ik ben er vooral trots op als ik zie hoeveel stappen jongeren zetten in hun ontwikkeling en participatie. Bijvoorbeeld met Burendag: koekjes bakken en die naar mensen brengen. Dat zijn zulke mooie stappen.”
Rick: “En jongeren die kunnen doorstromen naar een volgende stap richting zelfstandigheid: dat zijn stiekem echte succesverhalen. Dáár doe je het voor.”
Wat moeten nieuwe collega’s niet onderschatten?
Rick: “Hoeveel petten je draagt. Je moet flexibel zijn, niet alleen in je rol, maar ook in improvisatie. De dag loopt vaak anders dan je vooraf denkt. Je kunt ’s ochtends voorzitter zijn van overleg, tussendoor ervoor zorgen dat de kraan weer warm water geeft, jongeren herinneren aan afspraken… en ondertussen ben je ook gewoon begeleider.” Maar, benadrukt hij: “Dat maakt het ook leuk. Het is divers werk. En als team vang je elkaar op.”

